image“Vandaag de grote dag, mede dankzij mijn geweldige haas een PR op de halve gelopen” Say what?! Toen ik net hardliep zag ik op de Facebook groep Ik Loop Hard wel eens dit soort kreten voorbij komen, geen idee waar ze het over hadden, en voelde ik me wel eens een buitenstaander. Inmiddels een kleine twee jaar verder ben ik wel aardig thuis in het hardloop jargon, door schade en schande wijzer geworden. Toen ik vandaag naar de CPC zat te kijken en het gesprek op tv zat te volgen realiseerde ik me dat er ongetwijfeld nu ook mensen zaten te kijken die af en toe geen idee zouden kunnen hebben waar het nu over ging. En dus ging ik aan het werk, en maakte een lijstje met typische hardlooptermen.

  • Aerobe Verbranding: verbranding van brandstof (koolhydraten, vetzuren of eiwitten) door je spieren met behulp van zuurstof.
  • Anaerobe verbranding: Verbranding van brandstof (glucose of glycogeen) door je spieren zónder hulp van zuurstof. Hierbij ontstaat melkzuur, een afvalstof (dit voel je duidelijk doordat je loodzware benen krijgt) Deze manier van verbranding levert maar voor enkele minuten energie.
  • Anti pronatieschoenen: Schoenen die het naar binnen kantelen van je voeten corrigeren.
  • Baanwedstrijd: wedstrijd over korte afstand (max. 5 km.) op een atletiekbaan
  • Barefootstyle: efficiente stijl van hardlopen, die je aanleert op blote voeten of op minimalistisch schoeisel. 
  • Compressiekousen: Kousen die druk uitoefenen vanaf je kuit, afnemend in druk richting je knie. Dit zorgt voor een betere doorbloeding van je spieren. Loop je nou graag zonder kousen, dan kun je ook kiezen voor tubes. Deze moeten wel direct na de inspanning uitgetrokken worden om stuwing te voorkomen.
  • IMG_3107Coopertest: Test waarbij je in twaalf minuten zo ver mogelijk loopt. 
  • CPC: de City pier City loop in Den Haag.
  • Cross: Hardlopen op onverharde paden, bijvoorbeeld in het bos of de duinen. 
  • Dribbelen: Heel langzaam en met kleine pasjes hardlopen. Wordt wel gebruikt tussen twee intervallen.
  • Duurloop: Een langere tijd aan een stuk hardlopen. Er zijn verschillende soorten duurloop, zoals een langzame of juist een snelle duurloop.
  • EM: Engelse mijl oftewel 1609,344 meter.
  • Fartlek: Dit is Zweeds voor vaartspel. Net als bij intervallen varieer je tijdens een training in tempo, alleen zit hier geen structuur in, je loopt op gevoel stukken sneller.
  • Gelletje: Energiegel die vooral gebruikt wordt tijdens lange duurlopen. Toch zijn er ook lopers die op de tien kilometer een gel nemen, niks mis mee, het is net wat je prettig vin
  • Glycogeen: Koolhydraten die je gegeten hebt worden door je lichaam afgebroken tot glucose, de brandstof voor je lichaam. Wanneer er meer glucose in je lichaam zit dan er nodig is, wordt opgeslagen in lever en spieren als glycogeen. Een teveel aan glycogeen wordt opgeslagen als vet.
  • Goretex: Een waterdichte soort textiel die regen tegen houdt, maar wel transpiratievocht af kan voeren.
  • Haas: Ook wel een pacer genoemd. Dit is iemand die jou en andere lopers bij een evenement een gelijkmatig tempo aan kan laten aanhouden. Tijdens mijn kwart van Egmond kwam ik een pacer tegen die in 1.05.00 zou finishen, deze wilde ik volgen maar dit mislukte jammerlijk door de barre omstandigheden (lees hier maar eens)
  • Hamstring: Dijbeen spier aan de achterkant van je been. 
  • Hardloopblog: Blog van een hardloper, je vindt er wedstrijdverslagen, trainingsschema’s, tips, dat wat een hardloper bezig houdt
  • Hersteltraining: Hardlopen op zeer laag tempo waarbij door beweging herstel bevorderd wordt
  • Hielspoor: Ter hoogte van de aanhechting van het peesblad is er een doornvormige verkalking ontstaan
  • Interval: Training waarbij je gestructureerd stukken sneller loopt, en dit afwisselt met stukken waar je langzamer loopt. Bijvoorbeeld 2 minuten in je wedstrijdtempo afgewisseld met een minuut rustiger lopen. Dit herhaal je een x aantal keer.
  • Le Champion: Organisatie die onderandere hardloopwedstrijden Wanneer je hier lid van bent kun je bij sommige evenementen (Dam tot Dam, Alkmaar Cityrun by night) voorinschrijven.
  • Longsleeve: Letterlijk “lange mouwen” Je shirt met lange mouwen dus.
  • Loopscholing: Trainingsvorm waarbij de nadruk ligt op (het ontwikkelen van) een efficiënte loophouding
  • Lopersknie: Veel voorkomende blessure aan de buitenkant van je knie
  • IMG_3106Man met de hamer: Ook wel hongerklop. Je lichaam gaat zodra de glycogeenvoorraad is opgebruikt over op vetverbranding, dit voel je duidelijk en dat wordt ook wel “de man met de hamer” genoemd.
  • Marathon: Hardloop afstand van 42,195 kilometer
  • Maximale hartslag: Hoogst haalbare hartslag bij maximale inspanning
  • Negatieve split: De tweede helft van je wedstrijd (of training) sneller lopen dan de eerste helft.
  • Omslagpunt: Maximale hartslag die je voor langere tijd kan volhouden zonder dat je verzuurt. 
  • Overproneren: Naar binnen kantelen van je voet tijdens het lopen
  • Pace: Het aantal minuten dat je nodig hebt om een kilometer te lopen, je tempo dus
  • Pacer: Zie haas
  • Piramidetraining: Vorm van interval training waarbij je bijvoorbeeld 1-2-3-4-5-6-5-4-3-2-1 minuten sneller loopt en dit afwisselt met steeds een minuut in een lager tempo.
  • Praattest: Kun je tijdens het hardlopen nog gewoon praten? Dan loop je in een goed tempo
  • Quadriceps: Bovenbeenspieren aan de voorkant van je been
  • Raceday: De dag van de wedstrijd waar je voor hebt getraind.
  • Runners high: Terwijl je loopt maakt je lichaam endorfinen aan waardoor je je na je training goed (fantástisch!) voelt
  • Rusthartslag: Is precies wat het zegt dat het is, je hartslag in rust. Meet deze zodra je wakker wordt en nog voor je je bent uit bent gesprongen
  • Shinsplints: Blessure aan en in de omgeving van je scheenbeen
  • Sleeves: Losse mouwen die gebruikt als het te warm is voor een longsleeve, en te koud voor blote armen
  • Stapelen: Hiermee wordt het stapelen van koolhydraten bedoeld. De glycogeenvoorraad in je lever en spieren vergroten d.m.v aangepast trainen en aangepaste voeding ter voorbereiding op bijvoorbeeld een marathon
  • Supercompensatie: Spieren die na herstel van een training sterker zijn dan voor de training
  • Tapering (off)/temperen: De laatste fase van je training voor een wedstrijd. Je bereid je lichamelijk en geestelijk voor op die race zodat je er op de grote dag helemaal klaar voor bent. Je trainingen worden in deze fase minder zwaar en minder lang.
  • Trailrun: Lijkt wel iets op een cross, maar is in kilometers vaak langer en qua terrein ook zwaarder. Deze informatie heb ik van internet, en hoop dat ik het goed begrepen heb. Zo niet, ik ontvang graag jouw mening en eventuele aanvulling!
  • Ultrarun: Afstand die langer is dan de marathon. Meestal 50km, 100km en 160,93km oftelwel 100mijlen
  • Vaartspel: Zie Fartlek
  • Vogels kijken: Hardlopen met een lage hartslag, heel erg rustig aan dus. Voor mij persoonlijk is vogels kijken zonder horloge op pad te gaan en op gevoel te lopen, maar wel lekker rustig aan.
  • Wedstrijdschoenen: ultralichte schoentjes met weinig of geen demping, speciaal voor baanwedstrijden of wegwedstrijden over korte afstand. 
  • Windstopper: Jack of shirt dat wind tegenhoudt maar wel ademend is

Welke hardloopterm mis jij nog? Schrijf ze hieronder op, en ik zet ze erbij!

bloglovin