Egmond wandel marathonTijd om weer eens aan een leuk evenement mee te doen. Dit keer geen hardloopwedstrijd, maar een wandeling van 21,1 kilometer. Want wandelen ben ik écht wel gaan waarderen hoor! Lekker met de benenwagen een rot eind af gaan leggen. En afzien, want dat heb ik ondanks het lage tempo wel gedaan met mijn nog steeds niet helemaal fitte lijf. Maar genoten heb ik er zeker van!

We zouden eigenlijk met z’n vieren gaan, maar mijn vriendin en mijn pap konden er helaas toch niet bij zijn. Dus ging ik samen met Astrid, mijn nicht. De schat wilde wel een stukje omrijden om me op te pikken zodat ik niet met de bus hoefde en dat scheelde me behoorlijk wat tijd. Niet dat ik het erg vind, ik weet niet beter dan alles met het O.V te doen, maar als iemand dan aanbiedt om me even op de halen dan neem ik dat met liefde aan. En zo stapte ik om half acht in de auto bij Astrid en Pieter en even na acht uur zette Pieter ons af in het mooie Egmond dat toch écht wel een speciaal plekje in mijn hart heeft sinds afgelopen oktober 😉 Even een stukje lopen naar de sporthal waar ik vorig jaar stond voor de kwart van Egmond, nog even een toiletbezoekje en gaan met die banaan!

Eerst maar eens op weg naar het strand, dat was niet zo ver. We liepen daar nog aardig beschut en we kregen het allebei al snel lekker warm. Zou dat thermo ondergoed dan tóch misschien iets teveel van het goede zijn? Met een temperatuur net onder het vriespunt had dat zo’n goed idee geleken… Maar toen we eenmaal op het strand liepen bleek dat toch wel een verstandige keuze te zijn geweest. Op het strand was het namelijk wél koud. Lekker koud, dat wel. Ik-voel-me-een-bikkel-dat-ik-hier-zo-vroeg-loop koud. Want het was nog gewoon vroeg, we liepen namelijk rond half negen op een overigens prachtig strand. De zon was nog niet eens helemaal op, wát een genot! Na een tijdje zagen we in de verte ineens een groepje mensen bij een zandbank staan om foto’s te maken. Op zich niet heel bijzonder, maar dit was een té gewone plek. Op die zandbank zag ik iets liggen, en toen we dichterbij kwamen bleek het een zeehond te zijn. Ik kan er niks aan doen, maar dat vind ik dus bijzonder. Zomaar een zeehond op een Nederlands strand op een plek die ík niet zou verwachten. Als deze wandeling zo begon dan kon het niet anders dan dat het een mooie wandeling zou worden.

Bij kilometer 3,5 was de eerste stempelpost. Én koffie, die vonden we allebei eigenlijk nog veel belangrijker. We besloten deze wandelend op te drinken. Vraag me niet hoe, maar het is me gelukt om dit te doen zonder dat ik helemaal onder de koffie zat. Ik ben bést een beetje trots op mezelf. En toen begonnen we dus aan het langste stuk strand, 5 kilometer moesten we nog wandelen naar Castricum. Gelukkig was het zand vrij stevig, alleen het laatste stukje naar de paviljoens was vrij mul. Tegen het einde van het strand hadden we het allebei ook wel een beetje gehad met al dat zand. Nog even onze schoenen legen, want die zaten inmiddels wel serieus vol, en toen eindelijk het strand af. Boven, bij kilometer 8, werden we opgewacht door een stempelpost waar we ook nog even een lekker mandarijntje kregen. Even de energie een beetje aanvullen. Dachten we. Die mandarijn was zó vreselijk zuur dat we hem maar weg gegooid hebben, het glazuur zou er door van onze tanden zijn gesprongen!

Tijd om de duinen in te gaan, op weg naar camping Bakkum die op kilometer 11 op ons zou liggen wachten. Inmiddels kreeg ik wel serieus koude handen en dus deed ik lekker mijn handschoenen aan. Het was echt prachtig om daar te lopen zeg. Dat zijn de momenten dat ik me weer even realiseer dat Nederland eigenlijk gewoon een heel mooi land is, je moet het alleen willen zien. Bij de stempelpost in Bakkum hebben we nog even lekker een broodje gegeten onder het genot van heerlijke foute muziek. Wel een kaal zooitje hoor, zo’n camping in de winter! Na Bakkum werd het even echt zwaar. Mijn benauwdheid speelde even op, ik kreeg mijn ademhaling nauwelijks nog onder controle, en ik was dan ook blij toen Astrid op een gegeven moment uitriep dat daar de volgende post al weer lag. Kilometer 16 was een feit.

Na een koffiepauze vertrokken we voor de laatste 5 kilometers. Zoals ik me nu voelde zou ik dat met twee vingers lopen, want ik zag het allemaal wel weer positief in. Maar zo simpel als de ene voet voor de andere blijven zetten bleek het toch niet te zijn. Toch werd dit een mooi stuk van de wandeling, want waar ik op hoopte gebeurde ook. Die enorme runderen die ik wel eens op foto’s voorbij zie komen bij andere hardlopers die in de duinen trainen zag ik nu zelf! Een groot bruin exemplaar. En toen we verderop nog een kudde wilde paarden zagen staan, was ik helemaal tevreden. En ineens liepen we zomaar bewoond gebied in, we hoefden nog maar 2 kilometer, en daar stortten we allebei helemaal in. Hoe zouden we in hemelsnaam die sporthal moeten bereiken?! Het enige dat me nog een beetje op kon vrolijken was de aanblik van de van Speijk vuurtoren. Hét symbool van Egmond. Egmond, de plek waar ik mijn lief voor het eerst ontmoette. Dat bracht zoals je waarschijnlijk wel verwacht een grote glimlach op mijn gezicht. Toch was die boulevard, 500 meter kort, een gebed zonder eind. We besloten dan ook om niet terug te lopen na het ophalen van onze wel verdiende medaille, maar in de buurt van de sporthal een lekkere bak cappucino te halen. En een biertje. Een een portie bitterballen. Want dát hadden we echt wel verdiend.